Er is een adem, die vóór het begin al was
en de kosmos tot leven blies.
Zij ademt - heel de hemel, heel de aarde. 
Één ademteug - één geven - één ontvangen -
één kosmische dans -

Ja, zo daalt zij af - stijg ik op.
De adem die zon aan de hemel kust, zingt in mij. 
Zij daalt in mijn borst, rijst in mijn handen.
Zij wekt mijn stem tot spreken
en keert in mij terug tot de stilte.

Uit stof ben ik geademd. 
Tot inborst van het licht, dat in mij gloeit.
De harteklop van elke teug
vlamt in iedere ademtocht 
als een pelgrim onderweg -

Mijn adem het altaar
waarop mijn votum ligt -
en de geur van liefde ten hemel rijst
uit mijn geheven handen.

Ik was mij in de ademstroom. 
Dompel mij in de diepte van de zee. 
Het zout op mijn lippen rust,
een zalf van de Heelmeester.
Mijn ademgloed vloeit met de branding

Laat mij nog eenmaal zingen
mijn adem het requiem.
Ik leg mij neer in het eeuwige licht,
adem door mij - in en uit,
nu ik neerdaal in het stof

Amen
Terug Naar Boven